Wie met de auto op pad gaat in Noorwegen moet rekening houden met slechte wegen en de snelheidslimiet van 80 kilometer. Dat is zo'n beetje de strekking van veel reisboekjes over Noorwegen. Vaak wordt alleen het hoofdstukje tunnels afgerafeld of helemaal achterwege gelaten. En dat is onterecht want Noorwegen barst van de tunnels en dat zijn niet de fijne veilige tunnels die we hier in Nederland gewend zijn.
Tunnels in Noorwegen zijn bittere noodzaak. Het landschap bestaat vooral in het westen alleen maar uit fjorden en bergen. Als je dus een weg tussen 2 plekken wilt aanleggen ben je al snel op veerponten en tunnels aangewezen. En omdat ze er zo ongelofelijk veel hebben en er de afgelopen jaren een soort race aan de gang was om het land te ontsluiten voor auto's zijn er veel nauwe slecht verlichte tunnels. Van die tunnels waar de ANWB met veel horror over schrijft in hun jaarlijkse onderzoekje naar Europese tunnels.
De gemiddelde tunnel in Noorwegen is minstens een kilometer lang, betrekkelijk slecht verlicht en heeft bijna altijd twee tegengestelde verkeersstromen in één tunnelbuis. Garantie dus voor bilsamenknijpende momenten en beiden handen strak aan het stuur als er grote vrachtwagens in jouw richting rijden. Een reis van Voss naar Bergen ziet er op de kaart uit als een tochtje van een uur. In werkelijkheid vertoef je ongeveer de helft van de tijd in tunnels die soms meer dan 6 km lang kunnen zijn en duurt de tocht meer dan het dubbele.
Er is één tunnel van dik 20 km in Noorwegen. Die hebben we helaas niet hoeven te nemen, maar dat schijnt wel een mooi staaltje te zijn moderne techniek. Op twee punten kom je op helverlichte plekken die de sleur van zo'n lange tunnel moeten breken en de bestuurder wakker moeten houden.
De ergste tunnel op onze reis was een klein tunneltje van een paar honderd meter op de eenbaansweg naar het kerkje in Urnes. Niet alleen kon er maar één auto tegelijkertijd doorheen, het was niet verlicht, er waren geen lijnen, geen reflectors, geen stoplichten of andere middelen om aan te kondigen dat je een tegenligger zou kunnen verwachten en het was er heel erg vochtig door druipend water langs de muren en een miniwatervalletje bij de ingang. Dit was gewoon een grot in rijden en maar zien waar je uitkwam. Dat er een bocht in de tunnel zat was ook al een aardige verrassing onderweg.
Spannend waren de tunnels wel, maar Noorwegen kan gewoon niet zonder de tunnels.