Omdat het op de kaart redelijk centraal ligt bij Bergen en Flam hadden we Voss als uitvalsbasis voor dit gedeelte van de fjorden gekozen. Niet zo slim achteraf want Bergen was eigenlijk te ver weg en in Flåm (Flam of Flaam) zijn we nooit gekomen. Als kampeerder heb je in Voss de keuze uit drie campings. Eentje in hartje van het centrum (die was ramvol, had hele kleine kampeerplaatsen en veel camperplaatsen op grind en zag er niet gezellig uit), een ander zo'n beetje 5 kilometer naar het Oosten (aan de rand van een meer en die zag er nogal spartaans uit) en Tvindefossen camping die 12 kilometer ten Noorden van Voss aan de voet van een grote waterval ligt.
Nadat we de eerstgenoemde campings al bezocht hadden bleef voor ons eigenlijk alleen de Tvindefossen camping over. De camping ligt vlak naast de doorgaande weg naar het Noorden en je kunt er niet alleen kamperen maar er zijn ook diverse soorten hytte te huur. Wij gingen na aankomst op zoek naar een mooi plekje en dat is voor tentbezitters nog een heel gedoe. Het hele veld loopt namelijk flink af, het is er door al het water van de waterval nogal dras en er zijn vele kuilen en hobbels Pas na een half uur hadden we een redelijk vlak stuk gevonden voor onze grote tent. Aan de beek en met uitzicht op de waterval.
Wie met de auto op pad gaat in Noorwegen moet rekening houden met slechte wegen en de snelheidslimiet van 80 kilometer. Dat is zo'n beetje de strekking van veel reisboekjes over Noorwegen. Vaak wordt alleen het hoofdstukje tunnels afgerafeld of helemaal achterwege gelaten. En dat is onterecht want Noorwegen barst van de tunnels en dat zijn niet de fijne veilige tunnels die we hier in Nederland gewend zijn. Tunnels in Noorwegen zijn bittere noodzaak. Het landschap bestaat vooral in het westen alleen maar uit fjorden en bergen. Als je dus een weg tussen 2 plekken wilt aanleggen ben je al snel op veerponten en tunnels aangewezen. En omdat ze er zo ongelofelijk veel hebben en er de afgelopen jaren een soort race aan de gang was om het land te ontsluiten voor auto's zijn er veel nauwe slecht verlichte tunnels. Van die tunnels waar de ANWB met veel horror over schrijft in hun jaarlijkse onderzoekje naar Europese tunnels.
Veel pretparken zijn er niet in Noorwegen. Je hebt een rollercoaster pretpark in de buurt van Oslo en voor de wat kleinere kids heb je het Hunderfossen familiepark in Faberg, in de buurt van Lillehammer. Het Hunderfossen park is eigenlijk de Noorse Efteling. Maar als je die twee vergelijkt (en dat doe je als Nederlander natuurlijk al snel) valt het Hunderfossen park in het niet bij de sprookjesgigant uit Kaatsheuvel.
Het Hunderfossen park beeldt een aantal Noorse traditionele sprookjes uit. Als je onder de kenmerkende trol doorloopt kom je in een soort donkere gang waar ze allerlei leuke stillevens hebben gebouwd. Voor ons restte er niet veel dan kijken en proberen een verhaaltje te ontdekken. Geen enkel sprookje werd door ons herkend en er was ook nergens Engelse uitleg. De verbeelding van de kids was gelukkig groot genoeg om er zelf maar een verhaal van te maken. Daarnaast was er nog een sprookjesattractie in het grote kasteel verderop in het park. Wij wisten alleen totaal niet wat het was, maar we zijn aan het einde van de dag op goed geluk in de langzaam voortschrijdende rij gaan staan. Toen we binnen kwamen werden we in het Noors toegesproken door een mechanische prinses en weer een gang later werden we in een lullig en vooral traag automatisch karretje gezet. Opnieuw werden we langs ongeveer dezelfde sprookjes geleid, alleen dit keer uitgelegd in het Noors. Ook deze keer hebben we er geen touw aan vast kunnen knopen.
Aan de rand van het Lusterfjord zijn diverse campings te vinden. Bijna alle campings moeten zich op een smalle strook land vastklampen en hebben dus weinig plek. Tijdens onze zoektocht hebben we, voor we bij Dalsøren camping kwamen, eerst twee andere campings geïnspecteerd. Beiden hadden vooral huisjes en één camping had een fantastisch uitzicht over het fjord, maar de huisjes waren nogal klein of bezet. De andere camping lag weer wat verder weg van het water, maar ook deze huisjes zagen er een beetje krakkemikkig uit. Even verder, in Luster, vonden we dan toch onze camping voor de komende dagen.
Camping Dalsøren (Dalsoren) in Luster is het dus geworden. De camping heeft een behoorlijk grote lap grond met daarop 16 hutten / kampeerhuisjes, een grote lap grond waarvan de helft in een soort tuin en een eigen strandje en tenslotte een grote stenen steiger in het Lusterfjord. Wij hebben uiteindelijk, na goede ervaringen in onze vorige vakantiehutten, gekozen voor een vakantiehuisje hier. Wij zaten in hut nr. 4. Deze zat (samen met hut nummer 5) in een oud huisje met een bel op het dak. Het huisje zat behoorlijk dicht bij het water en vanaf het verhoogde trapje ervoor keek je schuin op het fjord uit. Het huisje had een miniscuul keukentje, stapelbedden en een tafel met stoelen en zelfs een televisie. Voor 400 kronen per nacht was die dus wel fiks duurder dan de Sjotun camping, maar ook het huisje was ook een stuk groter.
Veel mensen zeggen dat Oslo maar een lelijke stad is. De havenstad mag dan een vreemde mix van bouwstijlen zijn en op het eerste gezicht niet bijzonder zijn, maar als je verder kijkt dan je neus lang is, dan er zijn toch wel degelijk hele mooie krenten in de pap te vinden. Pak daarom de tram naar het westen van Oslo en probeer de toeristenbussen te omzeilen terwijl je het Vigeland Park inloopt.
Het Vigeland park is gewoon één van de mooiste parken van Europa. Een park dat zich door de beelden van Vigeland zonder meer met andere parken als Hyde Park (Londen), Regents Park (Londen), het Vondelpark (Amsterdam), het Maria Luisa park (Sevilla) en Parc Guelle (Barcelona) kan meten. Het park bezit naast een fraaie layout welgeteld 192 sculpturen met daarin meer dan 600 figuren. Het thema leven en dood word in eindeloze cirkels neergezet in levensgrote beelden van baby's, kinderen vrouwen, mannen, bejaarden en ook doden.
Lang hebben we getwijfeld of we met de boot zouden gaan vanuit Kiel of helemaal door Denemarken zouden rijden om daar een veel goedkopere ferry te nemen naar Noorwegen. Toen we het vaarschema van die boot vanuit Hirthals in Denemarken wat nader bestudeerden zagen we eigenlijk al dat we een extra overnachting in Denemarken en nog eentje in Noorwegen nodig hadden. Toen was de beslissing snel gemaakt om toch vanuit Kiel naar Oslo te varen. En het was gelijk ook de beste beslissing van de hele vakantie. Niet alleen slaap je op de boot terwijl je honderden kilometers aflegt, je hoeft ook niet het hele pokkeneind door Denemarken te rijden. Nog een belangrijk voordeel van de boot is de bewegingsvrijheid voor de kinderen. Niet alleen de twee speelkamers spraken tot de verbeelding, je kunt rondlopen op de boot, op het dek kijken, naar de winkel gaan (of zelfs een film pakken) en natuurlijk gewoon eten. En als toetje krijg je de volgende ochtend een schitterende tocht door de nauwe Oslofjord.
Na een regenachtige, koude en vooral mistige tocht vanuit Voss kwamen we via de ferry in Balestrand aan. We wilden die nacht per se in een cabin overnachten. De tent was namelijk, net voordat ie ingepakt moest worden, volledig nat geregend. En ook deze dag zou volgens de weerberichten nat blijven.
In Balestrand zijn we uiteindelijk aanbeland bij Sjotun Camping. Daar hadden ze inderdaad nog één hytte vrij. We konden er direct in en later moesten we maar terugkomen om te betalen. De kampeerhut met koelkast, twee stapelbedden, tafel met stoelen, kookplaat en veranda, viel in goede aarde bij de kinderen. Een goede reden dus om hier een paar dagen te blijven, ook al had dat nogal wat voeten in aarde. Omdat we dus later terug moesten komen bij de receptie en de man verder niet erg spraakzaam was hadden we dus helemaal nog niet kunnen aangeven dat we ook meer dagen wilden blijven.
In Balestrand kwamen in alle boekjes de term Swiss Chalet style of Zwiterse stijl tegen. In alle boekjes die wij lazen werd eigenlijk helemaal niet verteld waar die stijl vandaan kwam en daarom dacht ik dat het dus geïnspireerd was of bedacht door Zwitsers.
Oorspronkelijk kwam de stijl uit Duitsland rond 1840. De Zwitserse populaire cultuur vierde op dat moment hoogtij omdat het door de toenmalige romantische kunstenaars werd opgehemeld. De stijl verspreide zich vooral door Noord-Europa en ook in Noorwegen werden de houten gebouwen in die tijd gebouwd met veranda, typische volkse versierselen en nadruk op gevelspitsen zoals de typische Noorse draken. Het hotel in het dorpje Dalen in Telemark, waar we ook zijn geweest, was een schitterend voorbeeld van de originele 19e eeuwse stijl.
Er is niet zoveel te beleven in Balestrand, maar wil je een leuke middag met je kids hebben, dan is het Aquarium een goede keus. Het aquarium van Balestrand heeft zich namelijk volledig gespecialiseerd op alle waterdieren die in het Sognefjord voorkomen. Omdat dit een behoorlijk groot gebied is (van de kust tot diep in het binnenland) is er nog genoeg diversiteit. Overigens hebben ze ook een mini-restaurantje annex kassa annex infobalie annex museumshop waar je naast de folders, pluchen beesten en toegangskaarten ook de onvermijdelijke garnalen, ijsjes en hotdogs kan kopen.
Als je binnen komt heb je een voelbak. Daar kun je de kreeften, krabben, kleine visjes en zeesterren aaien of oppakken. Als je daar tenminste zin in hebt. Onze kids waren niet bang en dus waren we al snel 20 minuten verder voordat de rest van het aquarium bekeken kon worden.
De beroemdste en misschien ook wel de mooiste staafkerk van Noorwegen staat op een geïsoleerde plek aan het Lusterfjord. (zijtak van het Sognefjord) De kerk staat hoog boven op een helling aan de kant van het fjord waar zonlicht net zo schaars is als ijsberen in Nederland. Deze plek was overigens vroeger helemaal niet zo geïsoleerd als het nu lijkt. In de Vikingtijd (en eigenlijk ook nu nog) werden de fjorden gebruikt als de snelwegen van nu.
De staafkerk is gebouwd door Vikingen in de 12e eeuw. Maar er stonden op die plek zeker 2 oudere kerken. De mooiste delen daarvan zijn ook gebruikt in deze staafkerk. Dus denk je eens in, toen wij in Nederland nog zo'n beetje in jute zakken rondliepen bouwden de Vikingen al schitterende gebouwen en veroverende ze ook IJsland in het voorbijgaan. Er zijn twee manieren om bij dit Unesco-monument te komen. Of je neemt de veerpont vanaf Solvorn of je rijdt helemaal rond het fjord via Skjolden en neemt dan aan de andere kant een eenbaans weggetje dat tegen de berghelling is aangeplakt. In de lente stromen verschillende watervallen het wegdek weg van dit weggetje weg. De Noren knutselen het daarna net zo makkelijk weer in elkaar. De twee tunnels die je tegenkomt op dit eendepaadje zijn de engste tunnels die je ooit tegen zal komen.
Er zijn al heel volksstammen uit Nederland geëmigreerd naar Noorwegen en er zijn hele sites (zie links hier beneden) die zich richten op emigratie en verhuizing van Nederlanders naar Noorwegen. Hollanders zijn erg gewild in Noorwegen omdat ze onbevolkte dorpjes willen komen vullen, ze ongeveer dezelfde cultuur kennen en de Nederlandse en Noorse taal schijnen op elkaar te lijken. Van die taal weet ik het nog niet zo zeker, lezen is niet zo'n probleem maar ik verstond echt helemaal geen reet van wat die Noren tegen me zeiden.
De familie Slijkhuis is ook naar Noorwegen vertrokken en heeft daar de Buøy Camping overgenomen. Slim genoeg hebben ze zich op de een of andere manier in de ANWB gidsen weten te wurmen en daardoor heeft de camping een gestage stroom Hollanders die daar komen kamperen. De camping is behoorlijk goed ingericht, er is een groot veld met leuke zijveldjes voor tenten en aan de rivier worden de campers en caravans zo veel mogelijk neergezet.
Nog nooit had ik een gletsjer van dichtbij gezien. Het enige dat ik mij dus kon voorstellen is een grote blauwe massa ijs. Achteraf gezien was het dat niet alleen, het bleek toch wel één van de mooiste dingen te zijn die we in Noorwegen hebben gezien.
De rit naar de Nigardsbreen gletsjer zelf is al mooi. Je rijdt vanuit Gaupne door het Jostedal, een kloof met rechts van je de rivier vol stroomversnellingen en watervallen. Halverwege kom je dan wat idyllisch boerenland en een oud kerkje tegen dat tussen de bossen, bergen en de rivier ligt ingeklemd. Plotseling zie je dan ineens een als een vikinghelm vormgegeven toeristencentrum, de Breheimsenteret. Vlak daarachter is een smal weggetje dat naar de gletsjer loopt en vanaf hier heb je al een adembenemend uitzicht op de ijsmassa in de verte.
|